Optimaliseren voor Google, hoe werkt dat?

Dure AdWords-advertenties, internetmarketeers op basis van uurtje-factuurtje. Hoger in google komen is geen magie, maar kost wel tijd! Met deze tips legt online marketing bureau Rotterdam uit hoe jij hoger in Google kunt komen!

Je moet eerst  vaststellen op welke zoekwoorden je jouw webshop gaat focussen. Daarna kun je gaan werken aan het optimaliseren van je afzonderlijke pagina’s voor de verschillende zoekwoorden. Goede webshopsoftware houdt er rekening mee, dat jij als webwinkelier geen techneut bent. Je bent dus in staat om onderstaande tips op te volgen zonder ‘te programmeren’.

1. Kies altijd één focuszoekwoord(combinatie) per pagina

Over het algemeen werkt het goed om je per pagina te richten op slechts één focus zoekwoord of zoekwoordcombinatie. Denk bijvoorbeeld aan ‘USB stick 64 GB’. Je moet nu aan Google laten weten dat deze specifieke pagina over ’64 GB USB sticks gaat’. Je moet dus tekst toevoegen over dat onderwerp. Dat doe je op de plekken die hieronder beschreven staan.

Paginatitel

Boven in je browser zie je in de blauwe balk meestal een tekstje staan. Dat is de titel van je pagina. Google laat in haar resultaten ook de titel zien, en wel als de eerste blauwe regel.

Niet alleen zorgt een aantrekkelijke eerste regel er voor dat mensen klikken op het getoond resultaat, ook gebruikt Google de titel als om vast te stellen waar de pagina over gaat. Zorg er dus voor dat je in ieder geval je focuszoekwoord (combinatie) voor deze pagina in de titel zet.

Heeft het zin om je titel helemaal vol te stouwen met keywords? Nee! Ongeveer de eerste 65 tot 70 karakters worden getoond in de zoekresultaten. De overige woorden worden wel geïndexeerd, maar de eerste woorden wegen zwaarder. Het is dus van belang dat je de belangrijkste focuswoorden van de pagina vooraan in je titel zet. De paginatitel van het bovenstaande voorbeeld kan dus mooier en beter!

In goede webshopsoftware wordt de paginatitel van bijvoorbeeld productpagina’s en categoriepagina’s automatisch aangemaakt als je zelf niets aanvult.

Domeinnaam

Als je gevonden wilt worden op ‘goedkope fietsen’ dan is de domeinnaam ‘www.goedkopefietsen.nl’ heel handig. Best logisch. Als het keyword in je domeinnaam staat, dan zal het wel van wezenlijk belang zijn voor je shop denkt Google.

Vaak zie je dan ook bij de eerste tien Googleresultaten domeinen staan die de keywords bevatten waarop je gezocht hebt. Heb je een domeinnaam die je focuskeywords niet bevat? Niet getreurd, het is maar één van de vele factoren.  En je zult zien dat er ook veel sites goed scoren op woorden die niet in hun domeinnaam staan.

URL

De term URL staat voor Uniform Resource Locator, ofwel unieke bestandslocatie. Een voorbeeld van een URL is http://nl.wikipedia.org/wiki/URL. Het is als het ware het adres voor je specifieke webpagina’s. Als je focus zoekwoorden in je URL worden genoemd, dan helpt dat voor je vindbaarheid op die zoekwoorden in Google.  Een URL als http://www.voorbeeld.nl/jouwzoekwoord is dus veel beter dan http://www.voorbeeld.nl/1234-gha.php .

Ook hier geldt weer dat goede webwinkel software je hier mee helpt. URL’s worden dan bijvoorbeeld aangemaakt door de naam van het product automatisch in de URL te verwerken.

Bodytekst

Je bodytekst is de ‘zichtbare tekst’ op je webpagina. Daar zet je uiteraard ook je focuszoekwoorden in. Vrij logisch, want als je focuszoekwoorden in je tekst hebt staan, dan zal de pagina wel relevant zijn voor die woorden. En zo denkt Google er ook over.

Is het dan verstandig om jouw focuswoorden honderd keer achter elkaar in de tekst te zetten? Nee!

Net als de mens ziet Google namelijk dat ‘Goedkoop hotel, goedkoop hotel, goedkoop hotel, goedkoop hotel, goedkoop hotel, goedkoop hotel’ geen normale zin is. De dichtheid van het gebruik van de woorden ‘goedkoop hotel’ is te hoog en dan ziet Google je als spammer. Als vuistregel kan je aannemen dat als je ‘normale zinnen’ en teksten schrijft,  je keyworddichtheid niet te hoog is.

H1-, H2- en H3-tags

Headings of koppen worden op je pagina gebruikt om je tekst in te delen in logische stukken tekst. Vergelijk het met een boek. De kop boven een hoofdstuk zou je kunnen zien als een H1 tag. Een kop van een paragraaf zou je als H2 tag kunnen zien en die van een subparagraaf als een H3 tag etc.

In HTML bestaan er in totaal zes headings. In de code van je website herken je ze als volgt: <h1> voorbeeld</h1>, <h2>voorbeeld</h2> etc. Over het algemeen zorgt de vormgever er voor dat de letters van iedere heading een andere grootte krijgen.

Ook hier is het principe weer logisch. Als jouw focuszoekwoorden in de headings voorkomen, dan betreffen zij waarschijnlijk een belangrijk gedeelte of misschien zelfs de kern van de inhoud van de webpagina. Google hecht dus veel waarde aan de woorden in de headings, waarbij de woorden met de H1 tags als de belangrijkste worden gezien.

Is het nou verstandig om H1 tags voor je volledige tekst te gebruiken? Nou nee, want dat zou geen normale tekst zijn en Google denkt er net  zo over. Matt Cutts van Google geeft in het volgende video uitleg .

Je mag dus best meerdere H1 tags gebruiken, zolang je het maar niet overdrijft en het gewoon logisch is.

Alt tags: plaatjes met een naam

Niet iedereen kan plaatjes zien en interpreteren. Blinden die met een leesregel internetten bijvoorbeeld, of een zoekmachine als Google. Daar is iets op gevonden. Je kunt plaatjes een ‘Alt Tag’ ook wel ‘Alt attribuut’ geven. Dat is de naam van het plaatje dat de blinde leest als hij met de leesregel over het plaatje heen gaat.

Het zal je niet verbazen dat het goed is om ook hier je focus zoekwoord in te voegen. Goede webshop software geeft plaatjes op een productdetail pagina automatisch de naam van het product als ‘Alt Tag’.

2. Unieke content is king

Google houdt van sites met veel relevante informatie. Hoe meer en hoe relevanter voor het zoekwoord, hoe beter. Veel webshops hebben een groot assortiment met voor ieder product een eigen productpagina . Dat is mooi! Je kunt uitgebreid vertellen over het product en de productnaam regelmatig gebruiken.

Helaas gebruiken veel webwinkeliers de productinformatie van hun leveranciers. Die informatie wordt geknipt en geplakt of automatisch ingeladen. Al je concurrenten doen exact hetzelfde. Dus er worden duizenden pagina’s van meerdere websites met exact dezelfde content geïndexeerd. Daarmee kom je dus niet veel hoger in de zoekresultaten. Hoewel het tijdrovend is, is het dus wel de moeite waard om zelf unieke teksten bij je producten te schrijven.

3. Geen frames, maar schone code

Sommige webwinkelsoftware maakt nog steeds gebruik van frames. Als je die software hebt, is er wat betreft zoekmachine vriendelijkheid maar één oplossing: weggooien en opnieuw beginnen. Google begrijpt framesites niet en je zult dus nooit gevonden worden. Tenslotte is het goed voor je vindbaarheid als je webshopsoftware ‘schone code’ oplevert. Dat betekent dat het voldoet aan de W3C-standaarden en gebruik maakt van CSS-files.

4. Altijd interne links namen meegeven

Op de pagina’s van je webshop staan allerlei links naar eigen pagina’s binnen je eigen webshop. Dit noemen we interne links. De links op je website naar de eigen pagina’s vormen het pad voor de zoekmachine crawlers.

Zowel ‘een gewone bezoeker’ als de zoekmachine maakt uit de omschrijving van de links op waar de doelpagina over gaat. Zo verwachten zowel zoekmachines als consumenten dat een link met de omschrijving ‘Sony Ericsson X1 telefoon’ naar een pagina met informatie over of koopmogelijkheden voor dat specifieke mobieltje leidt.

Je begrijpt het al, naar een pagina gericht op een specifiek ‘focuszoekwoord’ moeten links staan met daarin het focuszoekwoord als linktekst.

Alles uitgevoerd en nu?

Al het bovenstaande toegepast? Dan heb je best kans dat je op specifieke woorden al redelijk wordt gevonden.

Nu is het zaak ‘belangrijker’ voor Google te worden.  Dit vereist veel werk, lees daarom meer over linkbuilding uitbesteden op equote.nl